In de krochten van een voormalig schoolgebouw aan de Amsterdamse Korte Prinsengracht, bouwde Moniek Spaans Het in vergetelheid geraakte koninkrijk van Pablo Swentibold, wat later overigens de titel voor haar boek zou worden.
Via een smal trapje aan de straatzijde kon je afdalen naar de crypte van deze koning.
Herinneringen aan Pablo's vader, aan het landgoed Mon Perdu en aan zijn avonturen met Mme de Jeune Albero en zijn geliefde Amaretta, zijn voor Pablo Swentibold onlosmakelijk verbonden met de steden en de huizen waar hij gewoond heeft.
Torens en huizen, samengesteld uit o.a. hout, koper en zink en de verhalen uit de verloren gewaande aantekeningen van Pablo Swentibold vormden de basis voor Le Royaume tombé dans l'oubli.
"Koning Pablo Swentibold zwaait de scepter over het fragiele rijkje dat als een mythische stad in de kelder oprijst. Een welvarende stad met punthuizen, van degelijk materiaal opgetrokken, met torens van waaraf de poortwachters hun ochtendlied schallen, met pakhuizen waar de kazen hoog staan opgetast. Een stad op palen, een stad in het zand, een stad die in de ruimte zweeft en toch geen luchtkastelen bevat." (Rob Bouber in Noordhollands Dagblad).
Le Royaume tombé dans l'oubli was te zien van 11 oktober t/m 20 december 1998.