kleitabletten

uit de klei gestampt

Moniek Spaans bakt taal in klei.
Meer van haar poëtische kleitabletten
vind je hier!

over carnivale in de Poëziekrant

door: Roel Richelieu van Londersele en Charles Ducal

Kan je MONIEK SPAANS in nevenstaand gedicht beschuldigen van willekeur? In zekere zin wel. De fantasie die erin spreekt negeert alle logica. Proberen we van het geheel ons een voorstelling te maken, dan zal die waarschijnlijk verschillen van lezer tot lezer. Is het ontwaken wakker worden in een droom? Gaat het om een burleske verkleedpartij? Moeten we de Amerikaanse tv-serie kennen om er uit wijs te raken? Wat is de zin van het ‘paard worden’?

En waarom hoofd en staart verliezen? En waarom ‘zonder meisje’ en niet ‘zonder mij’? En dan plots dat zware abstractum: volte – hoezo? Om te eindigen met een wel zeer gewaagde paardensprong: de nacht op vier benen?

Is dit het soort poëzie waarvan velen zeggen: zo kan ik het ook wel? U misschien wel, maar de meesten niet, want dit kleine gedichtje werkt in zijn absurditeit feilloos. En dat heeft alles te maken met de taal, de precisie van de tor-mulering, het feilloos aanvoelen van ‘net zoveel en geen gram meer of minder’. Absurditeit kan maar bekoren in de mate ze de orde van de logica meteen en dwingend buitensluit en dat is hier het geval. ‘Ik werd wakker naast mijn hoofd’ is een zo sterke beginregel dat we meteen zijn binnengezogen in een andere wereld. Al het concrete dat dan volgt (de zwarte gaten, de rits, de staart) valt vanuit die beginregel precies op zijn plaats. Heel precies, want we hebben net niet de indruk dat er evengoed wat anders had kunnen staan, nee, dit moet dwingend zo en niet anders, precies het omgekeerde van willekeur dus. De verbeelding van de lezer weet dat ze niet bedrogen wordt. Ook al duizelt ze en ziet ze niet goed meer waar het meisje eindigt en het paard begint. Het gedicht eindigt net zo sterk als het begon. ‘Nacht’ is een gevaarlijk woord in poëzie, gezien die paar eeuwen dichterlijk gebruik op de schouders. Maar op deze benen loopt hij als nieuw.

Fijn Spaans Aardewerk

klei

klei* [grondsoort] {cleylant [kleiland] 1344} oudsaksisch klei, oudfries klai, oudengels clæg, deens klæg; buiten het germ. latijn gluten [lijm], grieks gloios [gebruikte vuile olie], glichesthai [kleven aan], russisch glen’ [vochtigheid], van een stam met de betekenis ‘kleven’, waarvan ook kleed en klein stammen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beer

beer | kleitablet uit de serie Fijn Spaans Aardewerk | steengoed | 22 x 15 cm
#kleitablet #beer #klei #keramiek

meesje

meesje | kleitablet uit de serie Fijn Spaans Aardewerk | steengoed | 14 x 18 cm 
#kleitablet #meesje #klei #poëzie #moniekspaans